Een patiënt, een handschoen, een mijlpaal
Begin 2026. Een man met een hoge dwarslaesie, al jarenlang volledig verlamd, pakt voor het eerst in meer dan tien jaar zelfstandig een beker vast. Hij brengt hem naar zijn mond en drinkt.
Het apparaat dat dit mogelijk maakt is nauwelijks groter dan een muntstuk. Het heet NEO. Op 13 maart 2026 werd het de eerste invasieve hersen-computerinterface die door een nationale toezichthouder werd goedgekeurd voor gebruik buiten klinische studies: gewoon in de reguliere zorg.
Die toezichthouder is de Chinese National Medical Products Administration. Deze goedkeuring is daarmee niet alleen technisch interessant, maar laat ook zien hoe neurotechnologie steeds meer onderdeel wordt van internationale technologische concurrentie. Wat betekent deze stap precies? Hoe sterk is het bewijs? En wat zegt deze ontwikkeling over de internationale race om hersen-computerinterfaces? In dit artikel proberen we die vragen zorgvuldig te beantwoorden, zonder de prestatie te bagatelliseren, maar ook zonder de openstaande vragen uit het oog te verliezen.
Wat NEO is
NEO is ontwikkeld door Neuracle Technology, een bedrijf uit Shanghai dat in 2011 werd opgericht door twee biomedisch ingenieurs van de Tsinghua Universiteit.
Het implantaat bestaat uit acht elektroden die tijdens een operatie van ongeveer anderhalf uur op de dura mater worden geplaatst: het stevige buitenste hersenvlies dat de hersenen beschermt. De elektroden bevinden zich dus niet ín het hersenweefsel, maar erboven. Dat onderscheid is belangrijk.
Waar Neuralink bijvoorbeeld meer dan duizend elektrodepunten rechtstreeks in de hersenschors plaatst, kiest NEO voor een minder invasieve aanpak. De hersensignalen worden draadloos doorgestuurd naar een ontvanger op de schedel, vervolgens verwerkt door een externe decoder en uiteindelijk gebruikt om een pneumatische handschoen aan te sturen die de hand gedeeltelijk weer laat functioneren.
De goedkeuring geldt bovendien voor een duidelijk afgebakende patiëntengroep: volwassenen tussen 18 en 60 jaar met een hoge dwarslaesie die nog enige functie in de bovenarm hebben, maar hun hand niet meer kunnen bewegen. Het gaat dus niet om een universeel implantaat voor alle patiënten met een verlamming, maar om een behandeling voor een specifieke klinische indicatie.
Wat het bewijs laat zien
Tussen oktober 2023 en begin 2026 voerde Neuracle in totaal 36 implantaties uit: vier in een haalbaarheidsstudie en 32 in een groter onderzoek in meerdere ziekenhuizen (multicenteronderzoek).
Alle 32 deelnemers in de tweede grotere studie konden met behulp van de handschoen weer een grijpbeweging maken. Bij een van de eerste patiënten werd bovendien een duidelijke verbetering gemeten op een gestandaardiseerde schaal voor arm- en handfunctie. Dat zijn bemoedigende resultaten.
Tegelijk is het belangrijk ze in de juiste context te plaatsen. Voor een onderzoeksveld dat nog jong is, zijn veiligheidsgegevens tot achttien maanden waardevol. Zulke langdurige follow-up is nog zeldzaam binnen onderzoek naar BCI's (hersen-computerinterfaces). Maar 36 zorgvuldig geselecteerde patiënten in gespecialiseerde centra vormen nog geen bewijs dat dezelfde resultaten ook op grote schaal haalbaar zijn.
Daar komt nog iets bij. De belangrijkste publicatie over NEO verscheen in juli 2024 als preprint en een groot deel van de bovenstaande resultaten is, voor zover bekend, nog niet gepubliceerd in een peer-reviewed tijdschrift. Dat zegt op zichzelf niet direct iets over de kwaliteit van het onderzoek, maar maakt onafhankelijke beoordeling wel moeilijker. Ook dat hoort mee te wegen.
Een doordachte technische keuze
De epidurale plaatsing van NEO heeft een belangrijk voordeel. Omdat de elektroden niet in het hersenweefsel zelf worden ingebracht, is het risico op bloedingen, littekenvorming en langdurig signaalverlies waarschijnlijk kleiner dan bij intracorticale implantaten die in de hersenen zelf zijn gelegen. Dat veiligheidsprofiel kan een van de redenen zijn waarom NEO relatief snel een regulatoire goedkeuring kreeg.
Daar staat een duidelijke afweging tegenover. Elektroden boven de dura registreren minder gedetailleerde signalen dan elektroden die zich direct in de hersenschors bevinden. Voor de toepassing waarvoor NEO is goedgekeurd (het herstellen van eenvoudige handbewegingen) lijkt die resolutie voldoende. Voor complexere toepassingen, zoals spraakdecodering of zeer verfijnde motorische aansturing, zullen waarschijnlijk aanvullende technologische oplossingen nodig zijn.
Dat is geen tekortkoming van NEO, maar het gevolg van een bewuste ontwerpkeuze: minder invasief, met een lager signaalplafond. Voor een eerste commercieel beschikbare hersen-computerinterface is dat een goed verdedigbare strategie.
De Chinese context
De goedkeuring van NEO staat niet op zichzelf. Slechts acht dagen eerder had China in zijn vijftiende Vijfjarenplan hersen-computerinterfaces aangewezen als een van de strategische technologieën van de toekomst. Kort na de goedkeuring kreeg NEO bovendien een eigen declaratiecode binnen het nationale zorgsysteem: een belangrijke eerste stap richting vergoeding.
Dat laat zien dat China niet alleen inzet op technologische ontwikkeling, maar ook op snelle implementatie. Regulering, vergoeding en ziekenhuisinfrastructuur worden gelijktijdig ontwikkeld. Kort daarna kondigde Neuracle bovendien een beursgang aan op de Shanghai STAR Market om verdere groei te kunnen realiseren.
Voor veel westerse onderzoekers voelt dat tempo ongebruikelijk. De toelatingsprocedures in bijvoorbeeld Europa of Amerika duren doorgaans aanzienlijk langer. Dat weerspiegelt verschillende opvattingen over de balans tussen snelheid en zekerheid. Hoeveel bewijs moet beschikbaar zijn voordat een technologie commercieel mag worden toegepast? Op die vraag bestaat geen eenvoudig antwoord, en juist daarom verdient zij een open discussie.
Wat dit betekent voor de rest van de wereld
Halverwege 2026 heeft Neuralink ongeveer twintig mensen geïmplanteerd, allemaal binnen klinische onderzoeksprotocollen. Synchron bereidt een registratiestudie voor. In Europa is een vergelijkbaar commercieel implantaat nog niet beschikbaar. China is daarmee de eerste die een invasieve hersen-computerinterface voor een specifieke indicatie buiten onderzoeksverband heeft toegelaten.
Of "eerste" ook betekent dat China het verst is, hangt af van de maatstaf. Kijken we naar regulatoire snelheid, dan loopt het land voorop. Kijken we naar de hoeveelheid onafhankelijk klinisch bewijs, dan is die vraag nog niet te beantwoorden.
Wat wel vaststaat, is dat hersen-computerinterfaces geen toekomstmuziek meer zijn. In China gebruiken patiënten vandaag de dag een goedgekeurd implantaat om weer een beker vast te pakken en zelfstandig te drinken. Dat is een echte klinische mijlpaal én een ontwikkeling die nieuwe vragen oproept.
Ter afronding
NEO markeert een belangrijke stap in de ontwikkeling van hersen-computerinterfaces. De gekozen epidurale aanpak is doordacht, het veiligheidsprofiel oogt gunstig en de eerste klinische resultaten zijn bemoedigend.
Tegelijk verdient de term wereldprimeur nuance. Het gaat om de eerste regulatoire goedkeuring voor een specifieke patiëntengroep binnen één nationaal zorgsysteem. Of de technologie dezelfde resultaten laat zien bij grootschalige toepassing, hoe robuust de langetermijnveiligheid blijkt en hoe wordt omgegaan met de verzamelde neurodata, zijn vragen waarop de komende jaren antwoord moet worden gegeven.
De ontwikkeling van hersen-computerinterfaces is daarmee een nieuwe fase ingegaan. China heeft een belangrijke eerste stap gezet. De uiteindelijke maatstaf blijft echter dezelfde voor iedereen: veilige en effectieve toepassing, onderbouwd met overtuigend klinisch bewijs.